Idee voor het boek
Het idee voor het boek ontstond jaren geleden. Mijn moeder heeft al eeuwen een caravan in Luxemburg. Samen met aantal vrienden uit Amsterdam brengen ze daar hun vacanties door. Tot grote ergernis van de Belgische en Luxemburgse gasten hebben de Amsterdamse rijtje het beste uitzicht op het dal en de rivier. Die ergernis komt vooral omdat de Nederlanders wat minder proper zijn op hun mini-huisjes. De helderwitte Belgische caravans worden maandelijks gesopt en gewassen. De Amsterdamse hutten zijn vaalgeel, geschilferd grijs en hebben wat mos hier en daar dat tegen de wanden groeit. Mijn moeder vertelde mij op een keer een verhaal van de twee zonen van een vriend die achter de caravan aan het jongleren waren geslagen. Als een stelletje bezetenen zaten ze daar, dag in dag uit met die balletjes en kegels te spelen. Ze begonnen direct na het ontbijt en stopten pas als het te donker werd om de balletjes nog goed te zien. Ze hadden er duidelijk talent voor, maar zweepten natuurlijk ook elkaar op. In de jaren na dit verhaaltje hoorde ik zo af en toe hoe het met deze jongens ging. Ze begonnen op te treden op straat door heel Europa en werden steeds professioneler. Ze traden zelfs op in echte shows in theaters.Inmiddels zijn ze volwassen en hebben zelf kinderen. Ze hebben een eigen jongleerbedrijf en treden op en doen ook heel veel met groepen en bedrijven. Want jongleren blijkt heel veel overeenkomsten te hebben met het gewone leven. Daar kan je veel van leren.
Lees hier een fragment uit Jongleren